ALGEMENE BEPALINGEN
Art. 1
Het Dispuut heeft als grondslag de boodschap van de Bijbel, zoals ze
in de traditie der christenheid, met name de reformatorische, doorwerkt
als richtsnoer van het studentenleven.
VAN DE LEDEN
Art. 2
Gewone leden moeten lid der S.S.R. afdeling Amsterdam zijn.
Art. 3
Gewone leden worden namens en door de Afdeling aangewezen.
Art. 4
Buitengewone leden worden met twee-derde van de stemmen gekozen. Hun
rechten en plichten worden door de vergadering vastgesteld.
Art. 5
Voor de installatie moet een aspirant-lid alle leden bezoeken, tenzij
het Dispuut hem daarvan vrijstelt.
Art. 6
Een lid kan als zodanig door de vergadering met twee-derde der stemmen
worden geschorst voor een bepaalde tijd. Indien nodig kan tot royering
worden overgegaan, dit dient met twee-derde der stemmen van het totale
aantal leden te geschieden.
Een verzoek om weer als lid te worden opgenomen kan eerst een half jaar
na de royering in een vergadering worden behandeld.
Art. 7
De leden moeten in het bezit zijn van het officiële decorum,
bestaande uit baret en lint, waarvan de vorm vastgesteld wordt bij
notulair besluit.
VAN HET BESTUUR
Art. 8
Het bestuur bestaat uit een praeses, een ab-actis, en een fiscus.
Art. 9
Het bestuur treedt jaarlijks af; de bestuursleden zijn in hun functies
niet herkiesbaar. De bestuursverkiezing geschied in de eerste vergadering
van het nieuwe academische jaar. De installatie van het nieuwe bestuur
heeft plaats op de viering van de Dies Natalis.
Art. 10
De praeses leidt de vergaderingen, bij afwezigheid wordt hij door de
fiscus vervangen. Indien ook deze afwezig is, benoemt de ab-actis een
loco-praeses.
Art. 11
De ab-actis maakt de notulen van de vergaderingen, voert de correspondentie,
houdt het rooster der werkzaamheden bij, beheert het archief, brengt op de
viering van de Dies Natalis van het Dispuut een schriftelijk verslag
uit van de fata van het afgelopen dispuutsjaar en geeft op de viering
van de Afdelingsdies enige inlichtingen over het dispuutsleven. Indien
afwezig wordt de ab-actis door de fiscus vervangen.
Art. 12
De fiscus int en beheert de gelden en brengt op de viering van de Dies
Natalis een schriftelijk verslag uit.
Art. 13
het bestuur benoemt in de eerste vergadering van het nieuwe dispuutsjaar
een convocans. Deze verzorgt de convocaties der vergaderingen, reünies
en andere bijeenkomsten, welke tenminste drie dagen voor de bijeenkomst
verzonden moeten zijn.
VAN DE VERGADERINGEN
Art. 14
Een vergadering dient tenminste drie dagen van te voren te worden
geconvoceerd.
Art. 15
De praeses opent en sluit de vergadering. Een vergadering wordt
begonnen met gebed.
Art. 16
Onder het lezen van de notulen is het dragen van het officiële
decorum verplicht.
Art. 17
De werkzaamheden kunnen zijn: lezing, stelling, memorisatie,
improvisatie, recitatie.
Art. 18
Het onderwerp van een lezing moet op de vergadering, voorafgaande
aan die waarop de lezing zal worden gehouden, worden meegedeeld.
Voor een eerstejaarslezing wordt een officieel kritikus benoemd.
Hij dient de lezing tijdig voor de vergadering te ontvangen, en
brengt een op schrift gestelde kritiek uit.
Art. 19
Bij een stelling voeren de defendent en de opponent elk tweemaal
het woord. De stelling wordt vijf dagen van te voren aan de ab-actis
meegedeeld.
Art. 20
Voor een improvisatie worden door de leden onderwerpen opgeschreven.
De improvisator trekt er drie en doet daaruit een keus. Een
improvisatie moet tenminste drie minuten duren.
Art. 21
Na elke werkzaamheid wordt de leden gelegenheid gegeven kritiek uit
te brengen.
Art. 22
Verkiezingen geschieden schriftelijk. De volstrekte meerderheid (helft
en één) beslist. Eerstejaars verkrijgen na een half jaar
stemrecht. Blanco stemmen zijn ongeldig. Brengt een tweede vrije stemming
geen resultaat, dan vindt herstemming plaats tussen de twee kandidaten,
die bij de laatste stemming de meeste stemmen verwierven. Bij een tweede
staking is de oudste in dispuutsjaren gekozen; bij gelijk aantal
dispuutsjaren de jongste in leeftijd.
Art. 23
Stemmingen geschieden mondeling. Drie der leden kunnen schriftelijke
stemming verzoeken. Volstrekte meerderheid beslist. Bij een tweede staken
der stemmen beslist het bestuur.
VAN DE GELDMIDDELEN
Art. 24
De contributie wordt aan het begin van ieder dispuutsjaar vastgesteld
door de vergadering. Zij kan worden verhoogd met een hoofdelijke
omslag. Zij die zeven jaar lang aan al hun financiële
verplichtingen hebben voldaan zijn verder van contributie vrijgesteld.
Art. 25
De praeses heeft het recht een lid, dat driemaal tot de orde geroepen
is te beboeten met 25 centen.
Art. 26
Wie zonder kennisgeving na de opening der vergadering, ter vergadering
verschijnt, vervalt in een boete van 25 centen.
Art. 27
Wie zonder kennisgeving niet ter vergadering verschijnt, vervalt in
een boete van 50 centen; had hij een werkzaamheid te verrichten, dan wordt
hij tevens beboet volgens art. 28. De werkzaamheid moet dan op een
volgende vergadering worden gehouden.
Art. 28
Wie zonder wettige redenen een improvisatie of recitatie niet houdt
wordt beboet met 50 centen; voor een stelling of memorisatie
één gulden; voor een lezing één gulden
en 50 centen.
Art. 29
Hij, die niet voldoet aan zijn verplichtingen volgens artikel 16 vervalt
in een boete van 25 centen.
Art. 30
De vergadering kan wegens wettige redenen van alle boetes ontheffingen
verlenen.
SLOTBEPALINGEN
Art. 31
In alle gevallen waarin de wet niet voorziet, beslist de vergadering
bij volstrekte meerderheid van stemmen.
Art. 32
Wijzigingen in de artikelen 1, 2, 4, en 32 kunnen slechts met algemene
stemmen worden aangebracht. Voor wijzigingen in de overige artikelen
is een twee-derde meerderheid der stemmen vereist.
-.-.-.-.-.-
|