Sociëteit Pylades ingepakt ter gelegenheid van het 18e lustrum
Een allesverhullende duisternis omringt U. Geluiden weigeren Uw schedel binnen te dringen, terwijl een allesomvattende pijn dat schijnbaar al te gemakkelijk kan. U beseft dat dit de pijn is die te maken heeft met Uw overgang naar deze plaats, maar het probleem is dat U niet precies weet waar U zich nu precies bevindt. Langzaam maar zeker beginnen zich in de U omringende duisternis contouren te vormen, vormen die U niet direct kunt plaatsen...
Dan, als de deurbel die U wreed wekt uit een pas begonnen sluimer, daagt het besef over het gebeurde. U was dwalende door een grijze mist, die U omringde aan alle kanten. Toen U net bereid was zich over te geven aan de allesomvattende grijze massa, merkte U dat U niet alleen was. Iemand, of beter iets, was bij U. U voelde zich bedreigd, maar al snel besefte U dat dit niet een Kracht was die U verder het moeras in zou trekken, nee, het was een soort gematerialiseerde vorm van helder Licht, dat zich als het ware over U ontfermde en U de weg wees over het pad dat U moest gaan. De stem in Uw hoofd vroeg U of U bereid was Haar leiding te aanvaarden, en terwijl Ze dit vroeg was U zich er van bewust dat het niet uitmaakte hoelang U moest nadenken, dat het niet uitmaakte wat U koos, dat U dit Licht ook net zo makkelijk kon weigeren en dat niemand U dat kwalijk zou nemen. En dat was het nou precies. Die liefde, die acceptatie van een eventuele verwerping, die was het die U deed beseffen dat de weg die dit licht U wees de juiste was, de enige juiste. En zodra U dit helder in Uw hoofd formuleerde, belandde U hier. In het duister. Wat was dat nou? Liet het U in de steek? Eerst dat licht, en nu nu, zodra U het licht meer dan iets anders op deze wereld verlangt, verkeert U in duisternis. Wat is dit?
Langzaam begint de ruimte om U heen zich duidelijker te presenteren aan Uw zintuigen. Het schijnt een soort wachtruimte te zijn, schaars gemeubileerd, met een simpele houten deur die zo te zien niet direkt over een deurknop beschikt. U probeert het met duwen, schoppen, slaan, maar de deur weigert te buigen voor Uw wil. Uw wil? Dat is het! U moet niet willen: U moet verlangen! Zodra dit besef Uw brein binnensijpelt zwaait de deur bijna als vanzelf open. Aan de andere kant lijkt het wel alsof U in een soort klooster bent; een lange gang met een marmeren vloer, onderbroken door spitsbogen en met hoge smalle ramen. Net als U zich in dit onbekende wilt wagen, deinst U terug: Hoorde U daar iets? Ja, daar is het weer; een soort gemurmel, in een vaste cadans. Het klinkt vriendelijk genoeg, een beetje alsof een grote groep mensen een gebed uitspreekt. U besluit het erop te wagen en op onderzoek uit te gaan. Terwijl U de gang uitloopt en het gemurmel sterker wordt, denkt U dat U bepaalde dingen kunt onderscheiden; woorden, patronen? U kunt het nog niet zeggen, maar het klinkt mooi.
Aan het einde van de gang moet U de hoek om en het lijkt wel of er een licht schijnt dat in harmonie met het spreken meeglinstert, zacht pulserend, alsof het leeft. Zonder nog verder na te denken loopt U de hoek om, en gek genoeg bent U niet verbaasd te merken dat u zich in een soort tempel bevindt. In een kring zit, heel ontspannen, een groep mensen die met elkaar, maar toch niet geheel met elkaar in gesprek zijn. Het is duidelijk dat de dingen die ze zeggen voor elkaar bestemd zijn, maar het lijkt alsof ze elk woord op een schaaltje wegen en aanbieden aan... het Licht. Anders durft U het niet te omschrijven. In het midden van de groep bevindt zich een schijnsel, een Wezen van Licht, dat ook glinstert in de ogen van de aanwezigen. Ze spreken vurig en mooi, elkaar overtuigend of ontroerend, met respect voor elkaar en voor het alomaanwezige Licht. Waar bent U? Wat is dit? Vragen, vragen, die opeens niet meer zo belangrijk lijken. U vangt enkele woorden vaker op dan andere: SESAM, oratorisch, illuster, maar er zijn twee woorden die U niet hoort, maar toch weet: De Sesam Maagd. Plotseling begrijpt U het, alles valt op z'n plaats. En terwijl U dit besef overdenkt, beseft U dat het zinloos, futiel is om te proberen het uit leggen. Het enige wat blijft hangen is de emotie van innige warmte, en de blijdschap getuige te zijn geweest van iets zeer moois. U was dan wel geen direkt deel van deze vergadering, maar U hebt als buitenstaander het hoogste bereikt: U was getuige van een samenkomst van het illuster oratorisch dispuut S.E.S.A.M., in haar aanbidding van de Sesam Maagd. Ontroerd wendt U zich af om Uw eigen weg te gaan, met hernieuwde moed.